Basiswoordenschat
Een eenvoudig gesprek tijdens een vakantiefeest.
Een eenvoudig gesprek tijdens een vakantiefeest.
Iemand uitnodigen voor een feestje
„Hallo, Paulo!”
„Hallo, Anna!”
„Wat ga je vanavond doen?”
„Niets bijzonders. Ik zal mijn familie in Brazilië bellen en hen fijne feestdagen wensen.”
„Oh, ik ga naar een familiebijeenkomst in het huis van mijn ouders. Wil je met me meegaan?”
Tags:
Op een feestje; deel I in het Engels
Op een feestje; deel I in het Spaans
Op een feestje; deel I in het Duits
Op een feestje; deel I in het Zweeds
Op een feestje; deel I in het Italiaans
Op een feestje; deel I in het Japans
Op een feestje; deel I in het Koreaans
Op een feestje; deel I in het Portugees
Op een feestje; deel I in het Frans
Op een feestje; deel I in het Turks
Op een feestje; deel I in het Hindi