Basiswoordenschat
Anna en Ben gaan naar zwemlessen en leren drijven en trappen.
Anna en Ben gaan naar zwemlessen en leren drijven en trappen.
Anna en Ben gaan naar zwemlessen.
"Ben je klaar?" vraagt Ben.
Anna glimlacht en zegt, "Een beetje nerveus."
Ze ontmoeten Tim, hun leraar.
Tim zegt, "Welkom! Laten we beginnen met drijven."